Joodse mensen hebben, zoals in elke cultuur, hun eigen gebruiken. Mannen hebben bijvoorbeeld als ze bidden een keppeltje op en gebedsriemen om hun armen. Bij het lezen in de Thora wordt de tekst niet aangeraakt, dit doen ze met een jad. Hieronder vind je meer informatie over deze en andere gebruiken.
Joodse gebruiken
Jad
Een jad is een aanwijsstokje dat in de synagoge wordt gebruikt tijdens het voorlezen uit de Thora. Omdat de tekst van de Thora heilig is, willen ze dit niet met hun handen aanraken. Lees verder
Keppeltje
Een keppetje is een klein, rond hoedje dat Joodse mannen/jongens achter op hun hoofd dragen. De één draagt zijn keppeltje altijd, de ander alleen als hij bidt.
Lees verder
Mezoeza
Het woord 'Mezoeza' is een Hebreeuws woord, dat 'deurpost' betekent. Een Mezoeza is een tekstkokertje dat aan de deurpost wordt vastgemaakt. Tijdens het vastmaken van de Mezoeza spreekt een Joodse man er een zegen over uit.
Lees verder
De Menora is een kandelaar met zeven armen. Het is één van de oudste symbolen van het Joodse volk. Tijdens het Chanoekafeest gebruiken Joodse mensen een kandelaar met negen armen, de Chanoekia. Lees verder
Gebedsriemen
Het Hebreeuwse woord voor 'gebedsriemen' is 'Tefillen'. Dit zijn strookjes leer met doosjes eraan. Ze worden door Joodse mannen tijdens het bidden om hun arm en om hun hoofd gedragen. In de zwarte leren doosjes zit een stukje perkament waar Bijbelteksten opstaan. Lees verder
Davidster
In het Hebreeuws heet een 'Davidster' een ‘Mageen Davied’. Deze ster heeft zes punten. De ster heet wel Davidster, maar heeft eigenlijk niets met de Bijbelse koning David te maken. Lees verder
