Ga direct naar


Kinderen en Israël

"Hetgeen wij gehoord hebben en weten, en onze vaderen ons hebben verteld, dat willen wij voor hun kinderen niet verhelen; wij willen vertellen aan het volgende geslacht des HEREN roemrijke daden, Zijn kracht en de wonderen die Hij gewrocht heeft. Hij richtte een getuigenis op in Jakob en stelde een wet in Israël, die Hij onze vaderen gebood hun kinderen te leren, opdat het volgende geslacht die zou kennen, de kinderen, die geboren zouden worden, dat zij zouden opstaan om ze te vertellen aan hun kinderen: opdat die hun vertrouwen op God zouden stellen, en Gods werken niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren; en niet worden gelijk hun vaderen, een weerbarstig en weerspannig geslacht, een geslacht, onstandvastig van hart, en welks geest niet trouw was jegens God." (Psalm 78:3-8 NBG)

Het volk Israël krijgt de opdracht om hun kinderen te vertellen over de roemrijke daden van de Heer, over Zijn kracht en de wonderen die Hij gedaan heeft. Wanneer dit gebeurt, zal dat gevolgen hebben. De kinderen zullen hun vertrouwen op God stellen, zij zullen Gods daden niet vergeten en Zijn geboden bewaren. Het is tegelijk een waarschuwing. Als het de kinderen niet verteld wordt, zullen ze worden als hun vaders: weerspannig, onstandvastig en ontrouw aan God.

Dit is een opdracht voor Israël maar tegelijk een opdracht voor ons. Ook vandaag is het van essentieel belang dat kinderen de God van Israël leren kennen. In de Bijbel wordt niet vaak expliciet over kinderen gesproken, maar waar het wel gebeurt valt steeds weer op dat Gods bijzondere zorg en liefde juist naar hen uitgaan.

In Mattheüs 18 lezen we dat we moeten worden als kinderen om het koninkrijk van God in te kunnen gaan. De Heere Jezus zegt: 
"En zo wie zulk een kindeke ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij" (Matt. 18:5). Maar van degene die een gelovig kind tot zonde verleidt, wordt gezegd dat het beter was geweest dat hij met een molensteen om zijn hals was gezonken in de diepte van de zee (Matt. 18:6). 
Een paar verzen verder worden we gewaarschuwd om geen kind te verachten omdat hun engelen in de hemel voortdurend het aangezicht van God de Vader zien. Ook de gelijkenis van het verloren schaap dat hierop volgt, wordt toegepast op kinderen:
"Alzo is de wil niet van uw Vader, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren gaat" (Matt. 18:14).




Snelkoppelingen naar websites