Een jad is een aanwijsstokje dat in de synagoge wordt gebruikt tijdens het voorlezen uit de Thora. Omdat de tekst van de Thora heilig is, willen ze dit niet met hun handen aanraken. Om goed te kunnen zien waar ze tijdens het lezen zijn gebleven, gebruiken ze een jad om de tekst aan te wijzen.
Jad is een Hebreeuws woord en betekent eigenlijk 'hand'. Het aanwijsstokje heeft ook de vorm van een stok met daaraan een handje. Het woord jatten(stelen) komt van dit Hebreeuwse woord. Jatten betekent dus eigenlijk gewoon handen.