Het Hebreeuwse woord voor 'gebedsriemen' is 'Tefillen'. Dit zijn strookjes leer met doosjes eraan. Ze worden door Joodse mannen tijdens het bidden om hun arm en om hun hoofd gedragen.
In de zwarte leren doosjes zit een stukje perkament met daarop de teksten uit: Exodus 3:11-16; Exodus 13:1-10; Deuteronomium 6: 4-9 en Deuteronomium 11: 13-21.
De riemen om het hoofd heten in het Hebreeuws 'tefillien shel rosh' en de riemen om de arm en hand 'tefillien shel jad'. De riem wordt zeven keer om de arm gewikkeld en dan om de hand geslagen. Mensen die rechts zijn dragen de gebedsriem aan de linkerarm, en mensen die links zijn dragen de gebedriem rechts. Volgens de traditie dragen alleen mannen ouder dan 13 jaar gebedsriemen.